voegen, zich ~

wdk.ww. voegde, gevoegd
Definitie

zich goed, fatsoenlijk, net gedragen, braaf zijn
ook zich gevoegen, zich vuugen

vnw: zich voegen, zich goed gedragen

Van Dale 2005: (wederk.) Belgisch-Nederlands, spreektaal: zich (passend) gedragen

zie ook vugen

Voorbeelden

Voegt u! En doet die sjiek uit uwe mond!

Ruben, ge moet u vuugen eh, als ge bij moemoe moogt gaan logeren.

Toegevoegd door haloewie - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 19 Aug 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025