Definitie

Status:Onbekend

op gespannen voet staan, wrokkig zijn

Van Dale 2015 online: Belgisch-Nederlands, niet algemeen

Woordenboek der Nederlandsche Taal: [Gewestelijk] in Antwerpen en Zuid-Brabant: pik a pik (als bijvorm van piek a piek), met wederzijdschen wrok, met verbittering.
"'t Is pik a pik met die twee mannen", er bestaat van weerskanten wrok, Cornelissen-Vervliet (1899)

Voorbeelden

Hij is pik à pik met zijne gebuur. Die mag een veranda zetten en hij krijgt geen bouwtoelating.

Toegevoegd door haloewie - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 29 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025