Definitie
  1. ) snoepwinkel
    Typisch Vlaams: Geen Algemeen Nederlands; Gangbaarheid: 3, Vlaamsheid: 5; NL: winkel van sinkel

  2. (schertsend) eigen handelszaak, business, specialiteit
    wpt: (1969) (Vlaanderen, inf. en pej.) winkel waar van alles verkocht wordt. Eigenlijk: snoepwinkel. Vgl. winkel* van Sinkel.

  3. (schertsend) mannelijke geslachtsdelen

  4. (schertsend) vrouwelijke boezem
    wpt: (1984) (Vlaanderen, sch.) boezem van een vrouw.

  5. vnw: amateuristisch gedoe, onoverzichtelijke warboel: wat is dat hier voor een bollenwinkel?

vgl spekkenwinkel

Voorbeelden
  1. In den bollenwinkel kocht ik altijd de zjipkes van Joris. Dat zijn de beste.

  2. In mijne bollenwinkel is de recordomzet/winst in oktober nu al bereikt!

  • Da's recht in mijn bollenwinkel! (dat komt mij goed uit)
  • Die partijtjes proberen kost wat kost te overleven, terwijl de kiezer duidelijk weinig of geen interesse heeft voor hun bollenwinkel.
  • Frank Bomans in Thuis: "Ik ben wel diegene die den bollenwinkel doet draaien"
  • “De overheid moet beseffen dat we een pretpark zijn en geen bollenwinkel die je van de ene dag op de andere kan sluiten." (vrt.be)
  • Is het eigenlijk een bollenwinkel op is het een koffie- en theewinkel, want er staat hier vanalles? (aantwaarpe.be)
  1. Door je bevallige, in netkousen gehulde knie stevig in hun bollenwinkel te planten als ze hun handen niet kunnen thuishouden. (uit cursus zelfverdediging voor vrouwen)

  2. ... lange en korte rokken, bloesjes waar je gans haar bollenwinkel kan zien tot een rolkraag… (bloggen.be)

  3. Tien economen en je krijgt een bollenwinkel. (standaard.be)
    -... de dag van vandaag denkt het Keuringsstation het bij het rechte eind te hebben, dat toont gewoon aan wat voor een bollenwinkel het is. (bimmerboard.be)

Toegevoegd door petrik - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 23 Sep 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025