Definitie

schatje, vriendin, vriend, geliefde, lieveling

dim: keppeke, keppetje

Woordenboek der Nederlandsche Taal:
Volgens Debrabandere is keppe de stam van middelnederlands keefse, kevesch, duits kebse bijzit'. Verwant aan duits käfig, westvlaams keve kooi'.
Een keppe is dan `iemand die samenhokt, bijzit, geliefde'.
(Vl.-België, inz. West-Vlaanderen) Iemand die men lief heeft; voor wie men voorkeur heeft; lieveling.

zie ook: keppekindje, keppesleppe
vgl keppemaken, keppemaker, bekeppelen

Voorbeelden

Siska is al twee jaar mijn keppe. Met haar wil ik oud worden.

kmis men keppeke

Toegevoegd door Erwin - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 27 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025