Definitie

ontsteking op de knoezels, voetjicht

Woordenboek der Nederlandsche Taal:
3. In schertsende uitdrukkingen als de kozijntjes hebben, met de kozijntjes zitten of liggen, van de kozijns bezocht worden, lijden aan podagra (eigenlijk: stekend ongedierte hebben; vergelijk 'familie hebben' in denzelfden zin).
"De heer Peelaert, zegt men, van de kozijntjes (voetjicht) gekwollen riep dikwijls uit: wat vervloekte pijn is dat!" De Bo (1873).

Etymologisch Woordenboek, Vercoullie (1925): kozijns m. mv. (jicht), uit Frans cousin
— mug, Middellatijn culicinum, Latijn culex; cf. synoniem de beestjes, wegens een gevoel als van muggesteken.

zie ook: beestjen, notarisziekte, pootje,

Voorbeelden

Hij heeft last van de kozijntjes en kan momenteel moeilijk het huis uit.

Toegevoegd door Erwin - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 22 Jun 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025