Definitie

Status:Onbekend

praten, spreken

vnw:
•kletsen, praten, babbelen
•raaskallen

etymologie: kallen* praten, callen 1285 oudhoogduits challon, oudengels ceallian roepen, oudnoors kalla; (Van Dale etymologisch woordenboek)
mod. Engels: to call
A.N. raaskallen

zie ook: kal, aan de ~ komme

Voorbeelden

Zit ger nog lang blijve kalle gisteroëved? (zijn jullie nog lang blijven (na)praten gisteravond?)

Dèè kalt dich e koêt èn de kop! (lett. die praat je een gat in je hoofd, die houdt maar niet op met praten; (ook) hij is erg praatvaardig, rad van tong)

Kallentêrre zin ver op thaus aon gegange (al pratend zijn we huiswaarts gekeerd)

Toegevoegd door petrik - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 22 Feb 2023 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025