Definitie

geld

< sol=oude Franse munt < volkslatijn: soldus

een solleke: een muntstuk (nikkel) met een gat in met een waarde van 5 centiemen (20ste E.)

Woordenboek der Nederlandsche Taal:
znw. m. Ontleend aan verouderd frans sol.
Muntstuk of waarde van 10 centiemen. [Gewestelijk] in Zuid-Nederland.
"Als 't dan avond was en hij … de sollen en centen kon uittellen" Thiry, Mr. Vindevogel.

Voorbeelden
  • Ga je mee winkelen?
  • Nee, ik zit krap bij kas, m'n sollen zijn op.

Ik heb gene rotte sol op zak (sol, geen rotte ~ hebben). Ik ben platzak.

Toegevoegd door jiet - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025