Definitie

vallen

vnw: neervallen, neerstorten

[wnt]: stuiken: Neerstorten, neervallen, neergeworpen worden, in 't bijzonder voorovervallen. In Vlaand., Brab. en ook op Schouwen. In de uitdr. in mekaar stuiken, ineenzakken

Van Dale 2013 online: Belgisch-Nederlands, niet algemeen

niet in Limburg

vergelijk ineenstuiken, opstuiken, stuiken, er henne ~, stuiken, in elkaar ~

Voorbeelden

Ik was zo verschoten van da konijn voor mij, dat ik bekan van mijne fiets stuikte.

Hij stuikte van de trap naar beneden.

zie andere betekenissen van stuiken

Toegevoegd door dwelfusius - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 07 May 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025