Dit artikel werd nog niet redactioneel bewerkt en daarom kan de kwaliteit ontoereikend zijn.
Definitie
Status:Onbekend
struikelen
Ook al zeggen ze in Diest, waarvan ik afkomstig ben "strunkelen", mijn schoonmoeder (uit Bekkevoort) zei böttelen (beuttelen).
Woordenboek der Nederlandsche Taal: buitelen
- voorheen ook beuitelen, beutelen en beitelen
Voorbeelden
Ik strunkelde aan de voordeur over mijn eigen voeten en böttelde tot aan de achterdeur.
Toegevoegd door jiet - VL-WBK 1.0
Gepubliceerd op 05 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025