Definitie

frutselen, verkennend betasten

Woordenboek der Nederlandsche Taal:
Met de handen drukken en betasten. In Z.-Nederl.
Inzonderheid ook: iets onnoodig behandelen en betasten, zoodat het er vuil of kreukelig door wordt.

  • Ge moogt dat goed zoo niet pampelen, Schuermans (1865-1870).
  • Waarom pampelde (pampelt gij) zoo aan dien brief? Ge zult hem zoo vuilmaken dat ik hem niet meer verzenden kan, Joos (1900-1904).
Voorbeelden

Als ge een puist hebt zijt ge beter dat ge er niet aan pampelt en er af blijft.

Toegevoegd door quincunx74 - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 09 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025