Definitie

Status:Onbekend

ruzie, moeilijkheden

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal verwijst bij triebeltrode naar tribel:
ook tribbel- Wellicht vernederlandsching van Oudfrans tribol, ook ontleend als triboel eventueel met vocaalverkorting tribbel; verg. hd. tribel. Thans nog in West-Vlaanderen, waar ook de verlengde vorm triebeltrode (brugsch tripeltrote) voorkomt.

  • triboel: van Oudfrans triboul (trouble), een afleiding van tribouler, van Latijn tribulare.
Voorbeelden

Ik kom altijd in tribbetrote met papieren die moeten ingevuld worden.

Sinds Jan in een dronken bui tegen de voordeur van zijn buurman piste, ligt hij in tribbetrote met hem.

Toegevoegd door dsa - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 07 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025