Definitie

Status:Onbekend

dennenboom, pijnboom, geen spar

zie ook mastentop, mastenbos

Standaardnederlands: mast, mastboom, den, dennenboom

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Den of pijnboom.
Gemeynen Witten Dennenboom, oft Mastboom, Dodonaeus (ed. 1608).
Mast-boom; dus worden de Denne- en Pijn-boomen ook genoemt, inzonderheid die fraai regt opwaarts groeien, om dat men daar van de masten der scheepen maakt, Chomel (1771).
Het somber loof der mastboomen, Conscience (ed. 1867)

PinusSylvestris
Pinus Sylvestris

Voorbeelden

Hier in de Kempen staan der veel mastenbomen.

Toegevoegd door Diederik - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025