krawaat

de ~ (m.) , krawaten
Definitie

deugniet, kwajongen

< verbastering van [Krowaat] < Kroaat

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Door den slechten naam waarin de Kroatische soldaten stonden werd het woord (ook in den vorm krawat en karwat; zie b.v. Joos 1900-1904) in Antwerpen en omgeving een scheldwoord.
Men bezigt het voor:

een deugniet of voor iemand die niet deugt voor zijn werk, en ook in minder ongunstigen zin voor een fopper of plaaggeest, of voor een halven gek. Zie Schuermans (1865-1870)

zie ook krawaat (van Lille)

vergelijk bohemer

Voorbeelden

A ge mè [zo'n] krawaten op schok zijt, kan het wel eens voorvallen dat ge ambras krijgt.

Toegevoegd door haloewie - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 28 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025