bol, bolleke

de ~ (m.), ~len; het ~, ~s
Definitie

Status:Onbekend

bolletje, kluwen

zoals bijvoorbeeld een bolleke koord of een bolleke breiwol.

Woordenboek der Nederlandsche Taal: In Zuid-Nederland ook in ruimer toepassing op eene prop, een kluwen (…) Een bolletje garen (…) bolleken katoen (…) bol saai

Voorbeelden

De trui die ik wou breien is af en ik heb nog drie bollekes over!

Met mijne vlieger en zijne steert.
Hij gaat omhuge, ‘t is ‘t ziene weerd.
’k Geef hem maar kleiwe, op zijn gemak.
‘k Heb nog drij bollekes in mijne zak.
(De Vlieger, K. Burgelman, A. De Kegel)

Wij hebben 3 weken geleden onze mini maltezer Prutske bij jullie gekocht. een echt schatteke en zo speels en lief ik zeg altijd just een bolleke garen. (pupsenzo.be)

“Een bolleke saai, daar kunde nen sok mee breien” zei m’n bebon altijd. (scoutswindeke.be)

zie andere betekenissen van bol, bolleke

Toegevoegd door dP-spot - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 17 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 09 Feb 2026