Definitie

Status:Onbekend

  1. onbestemde kleur
    in de prov. Antwerpen was appelblauwzeegroen een ondefinieerbare kleur
  2. nu ook: blauwgroen, turkoois (misschien heeft de volksetymologie aan appelblauwzeegroen een "echte" kleur willen geven?)

Woordenboek der Nederlandsche Taal ([wnt]), bij appel: appelblauw-zeegroen, schertsend gezegd als men de kleur van iets niet kan of wil noemen (De Bo (1873); Joos (1900-1904)).

Voorbeelden
  1. Ze hebben die gevel in ’t appelblauwtzeegreung gezet

  2. Haar nieuw rokske is appelblauwzeegroen.

  3. Er zit een gat in de politieke markt, en dat gat kleurt appelblauwzeegroen (demorgen.be)

Toegevoegd door koen brabo - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 21 May 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025