Definitie

Status:Onbekend

weg, heen, voort

koppeling van en + weg;
< 'en' was een voorzetsel met de betekenis 'op', met de 3de en 4de naamval van weg
Middelnederlands: enwech, enwege(n).
Het hedendaagse bijwoord 'weg' is uit e(n)weg ontstaan.

Vooral in Vlaams-België maar ook elders wel voorkomende eweg, dat ook in samengestelde woorden nog wordt gebezigd, herinnert aan de oorspronkelijke herkomst. (Woordenboek der Nederlandsche Taal)

zie ook eweg zijn

Voorbeelden

Doe die ankers eweg, we gaan varen!

Vandaar het Engelse lied: "Anchors Aweigh"
Aweigh werd later away, terwijl het oorspronkelijk van het Vlaams (zoals hoger beschreven) overgenomen werd via handel en zeevaart.

Toen de Duitsers hier binnenvielen waren al die Fortsoldaten rap eweg. Zowel in eerste als in tweede wererldoorlog werden de Antwerpse forten élk door minstens drie legers bezet.

Enfin, ik zijn eweg, de groeten!

Dien boek op die tafel is eweg.

Goddeweg! (ga weg)

Toegevoegd door Diederik - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 23 Jan 2022 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025