doopsuiker

m., ~s Zelfstandig naamwoord
Definitie
doopsuiker

kadootje of snoep, meestal suikerbonen, dat bij de geboorte wordt gegeven aan de bezoekers van het nieuwe kindje

In Vlaanderen is het helemaal niet gebruikelijk om "beschuit met muisjes" te geven, zoals dat in Nederland wel is ingeburgerd. De Vlaamse ouders van de nieuwe baby zorgen voor een kleine traktatie, in de vorm van een aantal suikerbonen die op een originele manier worden verpakt.

Voorbeelden

Katrien heeft zelf allemaal zakskes gebreid voor de doopsuiker van haar nieuwe baby.

In de abdijkerk van Grimbergen heeft prior Johan Goossens gisteren doopsuiker uitgedeeld omdat er al drie slechtvalkjes in de kerktoren geboren zijn. (vrt.be)

Terwijl een gezin starten niet eens de brainstorm voor de bucketlist haalde, zijn ze nu plots doopsuikers en geboortekaartjes aan het bestellen. (demorgen.be)

Elien en Stefan zijn lang niet de enige kersverse ouders die iets anders cadeau doen dan de lang zo voor de hand liggende doopsuiker. (standaard.be)

Deze hippe en alternatieve doopsuiker zijn de perfecte vervanging van traditionele suikerbonen én bovendien voor lange tijd bruikbaar. (mijnkadootje.be)

Gerelateerde Woorden
Bronnen & Referenties
Typisch Vlaams (Ludo Permentier en Rik Schutz)

Belgisch-Nederlandse Standaardtaal: Gangbaarheid: 4; Vlaamsheid: 5

Toegevoegd door aliekens - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 06 Jan 2026 Laatst bijgewerkt op 06 Jan 2026