knoepen

ww., knoepte, heeft geknoept
Definitie

bijten
wordt uitgesproken als knoeppen

Woordenboek der Nederlandsche Taal:1. Bijten, knabbelen, knappend (op)eten.
Knoepen … gezegd van 't bijten of 't knappen der paarden: 'het peerd heeft hem in den arm geknoept' Schuermans (1865-1870)

In Brugs : knappen (kort hevig bijten)

Voorbeelden

Onze hond durft knoepen naar vreemden.

Toegevoegd door jiet - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 22 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025