Definitie

Status:Onbekend

grootmoeder, oma
dim. bobonneke, bonneke

-> Fr. bobonne > dim. bonne-maman

Van Dale 2015: bobonne : BE, spreektaal

zie ook verzamellemma mensen

Voorbeelden

Mijn bobon is gisteren negentig geworden.

Bobonneke is naar het peekeshuis moeten verhuizen.

“Ons bobonne” heeft er nog gewoond en zij was superjaloers. (sporza.be)

Toegevoegd door Flipper - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 09 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 10 Feb 2026