ziekenhuiscampus

Zelfstandig naamwoord m.; ~sen
Definitie

Status:Standaard Belgisch-Nederlands

geheel van gebouwen, accomodatie en terreinen van een ziekenhuis, campus van een ziekenhuis

Voorbeelden

Afbraakwerken aan ziekenhuiscampus Sint-Jan in Tienen gestart, actiecomité blijft kritisch voor plannen (vrt.be)

UZ Gent heeft masterplan klaar voor ziekenhuiscampus: ook parkeerprobleem eindelijk aangepakt. (standaard.be)

Een rookenquête van Stichting tegen Kanker leerde vorig jaar dat 81 procent van de Belgen voor een rookvrije ziekenhuiscampus is. (demorgen.be)

De huisartsenwachtpost van Turnhout verhuist op maandag 1 december van Campus Blairon naar de ziekenhuiscampus Sint-Elisabeth. (gva.be)

Gerelateerde Woorden
Bronnen & Referenties
WoordPeiler (woordfrequenties Belgisch-Nederlands versus Nederlands-Nederlands)

geverifieerd 2026

Toegevoegd door Georges Grootjans

Gepubliceerd op 20 Jan 2026 Laatst bijgewerkt op 20 Jan 2026