Definitie

Status:Onbekend

iemand die veelvuldig spreekt, die onophoudelijk spreekt

vgl. spraakwater

Voorbeelden

Trouw op post is ook weer Xavier uit Gent die met zijn collectie Playmobil en Lego de aandacht trekt. Maar de vrolijke spraakvaar heeft nog meer in petto. (hln.be)

'Tja, die allereerste keer in Marokko heeft veel voor ons betekend', vertelt Laurent Uyttersprot, de blonde spraakvaar van het tweetal (standaard.be)

De Cramer is op dreef. Tijdens de urenlange ondervragingen van collega onderzoeksrechter Nicole De Wilde legt de spraakvaar over zijn vriend Jespers de ene hallucinante getuigenis na de andere bloot. (bloggen.be)

Dat de Rotterdammers ondeugende spraakvaren zijn weten we al langer. Voor alle nieuwe bouwwerken verzinnen ze terstond grappige bijnamen, zoals “De Hoerenloper” voor een voetgangersbrug, “De Zwaan” voor de Erasmusbrug, “Het Potlood” voor een flatgebouw, “Het Kapsalon” voor het Centraal Station en nu dus “De Glasbak” voor Het Timmerhuis. (knack.be)

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 15 May 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025