Definitie

kapsel

ook coiffure

< Frans: la coiffure

Woordenboek der Nederlandsche Taal: COËFFURE, znw. vr., mv. -s.
Het frans coiffure `kapsel; hoofdbedekking' (1694, in de verb. coiffure à boucles c. 1500), naast ouder coeffeure (voor 1528); zoo ook engels coiffure (voor 1631), incidenteel duits coiffure (begin 19de e.). Gelet op de data in de etymologische woordenboeken moet frans coiffure ouder zijn dan 1694. Eertijds ook in den vorm coëffure, een vorm die correspondeert met den ouderen vorm in het frans.

zie ook coiffeersel, coiffeur, coifferen

Voorbeelden

Een nief coiffuur

De coiffeuse heeft een nieuw coupe geknipt. Wat vindt ge van mijn coiffuur?

'k Wilde nooit naar de coiffeuse en mijn moeder moest ook van mijn coiffure afblijven.(De maand van Marie: vier vrouwen - Luuk Gruwez)

Kinderhoofden krijgen een volledige verzorging en een coiffure die helemaal af is. (lepetitartiste.be)

Toegevoegd door Diederik - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 26 Jan 2022 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025