feestburgemeester

z.n. de ~ (m.) ~s
Definitie

Status:Onbekend

ceremoniële “burgemeester” bij feestelijkheden, vergelijk: prins carnaval
ook: grappenmaker, de leukste thuis

Voorbeelden

Gisterenavond werden de Gentse Feesten al officieel geopend in het stadhuis. Toen overhandigde burgmeester Daniël Termont traditiegetrouw de grote gouden sleutel aan “feestburgemeester”, in het dagelijkse leven schepen van feestelijkheden, Lieven Decaluwe. (Front View Magazine)

Freddy Thielemans (PS) voert de bijnaam feestburgemeester. Dat is er niet eens zover naast. Brussel Bad, de kerstmarkt, Nuits Blanches; het is er allemaal onder zijn bestuur gekomen. ,,Grote steden hebben feesten nodig, dat is altijd zo geweest.'' (De Standaard)

De Vlieger moet niet al te lang nadenken over The Joker van de nationale ploeg. "Dat is zonder twijfel Bart Goor. Hij was de feestburgemeester. Die zat iedereen de hele dag te kloten. Zijn bekendste mop was het zoutvaatje losdraaien en dat dan nonchalant voor je neus zetten. (vrouwenvoetbalkrant)

Toegevoegd door LeGrognard - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 18 Jul 2022 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025