Dit artikel werd nog niet redactioneel bewerkt en daarom kan de kwaliteit ontoereikend zijn.
Definitie
een manspersoon op leeftijd die van zijnen tak maakt (tak, van zijnen ~ maken);
een bompa die zich doet gelden
origineel naar het tv programma 'Chez bompa lawijt' uit de Jaren negentig op de VTM maar veralgemeend in het Vlaamse taalgebruik
Voorbeelden
Maar elk nadeel heeft zijn voordeel: omdat men voor het wurm in wording niet meteen opvang vindt, mag bompa lawijt één dag per week de honneurs waarnemen. (Marc Coenen - demorgen.be)
Koopt iemand voor deze Bompa Lawijt eens een ruggengraat ? Of een greintje lef ? (twitter)
Conclusie: AC/DC blijft eeuwig bestaan en zal ook het verlies van deze Bompa Lawijt overleven. (Marc Didden - demorgen.be)
Beste Gilberte en kinderen, 'Bompa lawijt', zo noemden we hem soms stiekem met een kwinkslag. (uitvaartcentrum.be)
Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0
Gepubliceerd op 16 Oct 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025