zwezel

zn. m. -s meestal in het meervoud gebruikt
Definitie

Status:Onbekend

kalfszwezerik

SweetbreadsChufaCuminBroccoliCocoa (8311452821)

< zwezel en zwezer, znw., m. - Hetzelfde als Zwezerik, Frans ris de veau. (Cornelissen-Vervliet 1899-1903)

< zwezerik znw. Kiliaan. sweserick met de bet. “coleus, testis”. Afl. van sweser, dat oudnnl. en nog dial. ndl. ndd. = “zwezerik” voorkomt (Antwerpen ook zwezel)... (N. van Wijk (1936 (1912)), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal)

Voorbeelden

Zwezels zijn een delicatesse.

"feestfolder 2020
1e keus rundsvlees, kalfs, lams, varkens en paardenvlees. ook Ribeye, zesweken gerijpte entre-côte, kalfszwezels, kalfsnieren, kalfstong, rundstong, ..." (slagerij-debondt.be)

Toegevoegd door de Bon - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 02 Jul 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025