Definitie

prutser, knoeier

v.: foefelaarster

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Blijkbaar verwant met Foef. In Zuid-Nederland.
2. Slecht of morsig werk leveren, knoeien, morsen.
"Die onbehendige werkman is bezig met foefelen. Een schoolkind foefelt als het kladden maakt in 't schrijven" De Bo (1873)

ook in de Kempen

zie foefelen

Voorbeelden

Die foefelaar is aan mijn auto aan 't werken geweest en mijn handrem werkt helemaal niet meer.

andere betekenis van foefelaar

Toegevoegd door Flipper - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 05 Jul 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025