Definitie

iemand die velorijdt (velorijden); fietser

waarschijnlijk eerder verouderd of nog pejoratief gebruikt

vr. velorijdster

uitspraak: vélorijer, vlorijer, vellorijer, … vlorijster, ...

Voorbeelden

Nog een stap verder en ik word straks verklikt door een naburige overtuigde velorijder, omdat ik mijn auto neem om naar de apotheek te gaan. (demorgen.be)

Neem je eigen fiets mee en word een vaardige velorijder! (anzegem.be)

En om 11uur zat hier al een bende velorijders Duvel te drinken', zegt Leon triomfantelijk (standaard.be)

Als nieuwsgierige velorijder werd hij gefusilleerd door de Duitsers toen die het dorp binnentrokken op 20 augustus 1914. (campenholt.be)

De velorijdster werd gevat en kwam on der den autobus terecht, die zoohaast mogelijk stopte. (historischekranten.be)

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025