Definitie

Status:Onbekend

goed kneedbaar, smeerbaar

spellingvariant: gesmeiig (zie reacties)
uitspraak in Antwerpen: gesmaaig

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Gesmijdig:
Nauw verwant met gesmijde, en afgeleid van een grondwoord dat op zich zelf niet meer voorkomt. Eigenlijk, van metaal: smeedbaar, en vandaar, ook in ruimer toepassing: rekbaar, buigzaam, lenig, week. De vorm gesmijdig is thans in onbruik; smijdig, ook wel smijig, komt nog dagelijks voor.

Voor Cornelissen (1906):
GESMIJIG, bvw. – Rekbaar, buigzaam, week, Kiliaan mollis. Gesmij(d)ig koper.:En gesmij(d)ige stof. —- Ook van boter, gekookte erwten, enz. Week, malsch. Gesmij(d)ige boter. De ertsoep is gesmij(d)ig.

ook in Lier

Voorbeelden

Als je een dook wil vastmetsen in een muur moet je een goed gesmeiige mortel maken. Dus niet allen cement en rijnzand maar daar ook een portie zavel bij.

Op moeilijk bereikbare plaatsen om iets vast te metselen gebruik je ook een gesmeiige mortel.

Uit een gesmeiige deeg kan je gemakkelijk een vormbrood kneden. Bv, een sinterklaas, een minister met duidelijk uiterlijk, enz.

Toegevoegd door Taalgaardenier - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 13 Apr 2025 Laatst bijgewerkt op 10 Feb 2026