Terug naar vorige pagina
Definitie

Status:Onbekend

  1. thuis, binnen blijven (maar eventueel ook minder strikt, in uw omgeving blijven)
  2. zich gedeisd houden (antoniem: uit zijn kot komen (kot, uit z’n ~ komen)

vnw: in zijn kot blijven: thuisblijven of stil zijn

zie ook verzamellemma koterij; kot

zie ook blijf in uw kot

Voorbeelden
  1. “Blijf in uw kot”, met die iconische uitspraak probeerde Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld) de Vlaming te overtuigen om thuis te blijven. (hln.be)

  2. ‘Vrouwen, blijf in uw kot op Internationale Vrouwendag!’ (demorgen.be)

  3. Hoe doe ik dat, in mijn kot blijven? Ik ga een keer naar de supermarkt, te voet, in het daluur. Een mens moet eten en drinken. Ik ga een keer naar de apotheker, ik ga de krant kopen. (Louis van Dievel - vrt.be)

  4. Maar zoals gezegd: blijf niet in uw kot zitten, ga rond, stuur zelf brieven en toon initiatief.

  5. "Vrijdagmiddag zat u in het middagnieuws van VTM, om oppositie te voeren tegen de volgens u verwarrende communicatie van de federale overheid. Daarmee zwengelde u de verwarring nog wat aan. Ik zou u willen vragen: doe dat nu even niet. Blijf in uw kot." (Joël De Ceulaer - De Morgen)

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 06 Jun 2023 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025