fietskot

zn. o.; ~ten of ~en
Definitie

Status:Onbekend

kot om fietsen te stallen

variant: fietsenkot

zie ook verzamellemma koterij

Voorbeelden

Er komen er bij ons heel veel met de fiets, nu zoveel dat ze zelfs het fietskot moeten gaan uitbreiden. (9lives.be)

In het fietskot op de binnenspeelplaats sleutelt Lucas aan fietsen van leerlingen én leraren. (g-o.be)

De wielerclub ontstond in 1967 in het 'fietskot' van Frans Herygers, de oom van Paul Herygers, als supportersclub voor Gustaaf Herygers (gva.be)

Sinds kort kunnen onze bewoners dit nieuwe, en al lang broodnodige, fietsenkot gebruiken. (okelaar.be)

Ik heb vorig jaar mijn dakkapel zelf getimmerd en al wel wat fietskoten en dergelijke gezet maar een garage met schuindak nog niet. (ecobouwers.be)

Idem voor schuurtjes, fietskotten en wat dies meer zij. (forum)

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 04 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 10 Feb 2026