Definitie

hulpwerkwoord hebben

zie ook geweest, west, gezegd gehad

Voorbeelden

Hij heeft verleden week met al zijn spaarcenten een huis gekocht gehad. [Gezien] zijn financiële situatie had hij dat volgens mij beter niet gedaan gehad. Door wat dat hij nu gedaan gehad heeft, gaat hij rap in de problemen geraken.

Toegevoegd door nthn - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025