Definitie

Status:Onbekend

(verouderd in Nederland)

het gelukkig zijn in het hiernamaals, de zaligheid van de ziel

Woordenboek der Nederlandsche Taal: zielenzaligheid
Eeuwige zaligheid (bereikt door de zielen die in den hemel zijn). Verouderd, maar nog gewest.

zie ook voor je zielezaligheid

Voorbeelden

"Daar zijn er, die beurzen stichten, om arme jongens die goed leeren, toe te laten pastoor of dokter te worden. Dit begrijp ik, en vind het zelfs schoon, als de naaste familie niets te kort heeft. Op zijne zielezaligheid denken is noodig, en zullen wij ook doen, al hebben wij kinderen, die ons geld goed zullen kunnen gebruiken, Segers, De Kempische wereld (1917)."

"’t Is voor je zielezaligheid" zei moeder toen ik mijn neus opstak voor een karwei. Wat kon mij mijn zielezaligheid schelen terwijl ik de andere kinderen hoorde spelen.

Toegevoegd door fansy - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025