Definitie

spit: acute lage rugpijn, die vaak ontstaat na het optillen van een zware last

vnw: spit, lumbago

Typisch Vlaams: Geen Algmeen Nederlands; Gangbaarheid: 3; Vlaamsheid: 5

Woordenboek der Nederlandsche Taal ([wnt]): (Vl.-België) Plotseling optredende pijn met gedeeltelijke machteloosheid in de lendespieren, spit; (med.) lumbago.
— Ik heb e verschot in mijnen rug, Cornelissen-Vervliet (1903).

Van Dale BE; spreek­taal spit

Voorbeelden

Mijne man heeft mee helpen verhuizen en nu zit hij met het verschot.

Toegevoegd door la_rog - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 04 Sep 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025