Definitie

Status:Onbekend

zich kleden

ook: zich opkleren
zie ook aandoen, dich ~, aangedaan

Voorbeelden

Ik ga mijn eigen eerst kleren en dan naar den Delhaize. Is't goe?

Die is altijd goed gekleerd met zijn kostummeke en zijn hoedje.

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 23 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025