Dit artikel werd nog niet redactioneel bewerkt en daarom kan de kwaliteit ontoereikend zijn.
Definitie
Status:Onbekend
kap van de imker
Woordenboek der Nederlandsche Taal: kaproen
Middelnederlands caproen. Ontleend aan picardisch caperon (frans chaperon). Daarnaast KAPRUIN, Middelnederlands capruun, capruyn.
- Eigenlijk. De naam van een op of om het hoofd sluitend hoofddeksel (muts, kap, kaper).
- Bij vergelijking.
- In Vlaamsch-België, benaming voor de bijenkap der imkers.
Kapruin, kapuin. Hoofddeksel eens bieënhouders, Tuerlinckx, Haspengouw (1886).
Van Dale 2018 online: BE, niet algemeen
ook kapruin
Voorbeelden
“Wanneer men de bieën geen kwaad doet, steken zij niet, maar het is toch zeer geraadsaam eenen biekogel of kaproen aan te doen, wanneer men ze verzorgt." (bijentelersbondlanaken.be)
Met crapproen wordt hier een kaproen bedoeld, t.t.z. een bijenkap die de imker tegen bijensteken beschermt. (seniorennet.be)
De inventaris vermeldt hier ook een houtmijtje, 15 bijkorven, een caproen (2) en een biecot. (seniorennet.be)
Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0
Gepubliceerd op 06 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025