Definitie

Status:Onbekend

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Vrouw die zuipt; zuipster.
[Gewestelijk] in de provincie Antwerpen

Voorbeelden

Da' wijf is 'n eeste zuip, Cornelissen, Bijvoegsel (1938). (WNT)

Seg, zuip! Ge hebt heel die fles water van 1.5 liter in 2x leeggezjoeberd (zjoeberen). (Kempen: Lier, Herenthout, Herentals)

andere betekenis van zuip

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 26 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025