Definitie

Status:Onbekend

  • maag van een dier: zie ook hot
  • maag, algemeen

uitspraak: moeëk, moewek

uitdrukking: die is op z'n moeëk uit = altijd eerst aan zichzelf denkend i.v.m. eten.

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Mook
In Zuid-Nederland bekend als naam voor de eerste maag van herkauwende dieren, ook wel voor pens of buik in ruimeren zin, ook van een mensch.
Afleiding: Mooken, ”veel, overdadig eten” (Cornelissen-Vervliet (1899))

Etymologie: mook, moke ingewanden, eerste maag van een herkauwer, pens (zuidnederlands) = Oostmiddelduits mauke ‘brij’. Van een wortel die ‘glibberig’ betekent en ook aanwezig is in aan het germaans ontleend provençaals mauca ‘ingewand’. Van dezelfde basis = lat. mucus ‘slijm’. (bron A. Weijnen)

ook in de Antwerpse Kempen

Voorbeelden

Als m'n vader een haan slachtte, dan werd de moeëk mee klaargemaakt en beschouwd als een lekkernij.

Die koe is precies opgeblazen, ze irkt niet meer… Ze heeft iets aan haar moeëk. (irken)

Kempen: Maane moewek zit vol kestgato. Mijn maag zit vol kerstgebak.

Toegevoegd door jiet - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 09 Sep 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025