Definitie

iemand die veel geluk heeft
syn.: pietzak, chanseur, tapsjaar (Antwerpse Kempen)
NL/SN: geluksvogel, bofkont

Voorbeelden

"Marcel, we kunnen u niets meer beloven". Het heeft me doen beseffen dat ik lange tijd een gelukzak ben geweest", vertelt Vanthilt rechtuit. (VRTNWS)

Ben jij zo'n gelukzak die elke morgen kan kiezen tussen confituur of kaas op zijn boterham? Of ben jij een pechvogel die nooit een koek heeft rond 10 uur? (levendemuziek.be)

Toegevoegd door LeGrognard - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 19 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025