Dit artikel werd nog niet redactioneel bewerkt en daarom kan de kwaliteit ontoereikend zijn.
Definitie
Status:Onbekend
~de wordt aan de stam van het werkwoord gehecht, waarbij de tweede persoon enkelvoud en meervoud "gij" of "gijlie" onderwerp is. "gij" of "gijlie" kan daarbij wegvallen. Hierbij treedt dikwijls gelijkmaking (assimilatie) op.
Typisch voor het Brabants in de ruime zin van het woord (prov. Antwerpen en Brabant en aanliggende gebieden).
zie ook ~te
Voorbeelden
-
Komde gij ook? Komde ook?
-
Hadde gij wel geld bij? Hadde wel geld bij?
-
Hebde gij dat gedaan? (zonder assimilatie)
-
Hedde gij dat meegebracht? (assimilatie van hebde)
-
[Seg] manne komde gijlie ook?
-
Hedde allemaal uwe regenfrak meegebracht?
-
Vanwaar zijde/zedde gij/gijlie? Zijde/zedde ook van de Kempen?
-
Wat doede gij/gelle daarmee? Doede mee met dat gezelschapsspelleke?
-
Als de auto begint te sputteren, meer gas geven, anders valde stil.
-
Supergoe van u! Dat hebde gij /gelle heel goed gedaan.
-
Dat doede goed, maar niet goed genoeg.
Toegevoegd door Marcus - VL-WBK 1.0
Gepubliceerd op 26 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025