Definitie

Status:Onbekend

knerpen, knarsende, piepende geluiden maken

vnw: kraken, knarsen, knerpen, piepen

< Middelnederlands criepen

Woordenboek der Nederlandsche Taal: kriepen: Vermoedelijk een klanknabootsend woord; het wordt inzonderheid in Vlaanderen gebruikt.

  1. Benaming voor verschillende piepende geluiden, door dieren en zaken voortgebracht.
  2. Van menschen: klagen, kreunen, b.v. uit kleinmoedigheid of vreesachtigheid, of als gevolg van een gevoel van onwelheid.
Voorbeelden

Ik (hoore) maar het kreunen meer, en 't kriepen, van de musschen, Gezelle, Winterstilte

De sneeuw kriepte onder de schoenzolen. Stijn Streuvels, Minnehandel (1903).
De merels … kriepten eerst wat uit leute,

De deur van de kelderkamer kriepte open met een dwaze ruk.
´Witte!´ De Witte verroerde geen lid.
´Witte!´ riep zijn moeder nu veel harder. (Ernest Claes, De Witte)

andere betekenissen van kriepen

Toegevoegd door LeGrognard - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 21 Jun 2023 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025