Definitie

Hasselaar

< herkomst van de spotnaam, naverteld door J. Cornelissen in de 'Nederlandsche Volkshumor' (1929):
"De Hasselaars heeten Lekkebaarders naar aanleiding van het volgende spotvertelsel, dat ook op de rekening van die van Bakel, Balen, Heldergem, Hillegem, Kampen, OoIen en Pulderbosch geschoven wordt.
DE KOE OP DEN TOREN.
In Hasselt stond een oude toren, niet grijs bemost, zooals de dichters zeggen, maar geheel met gras bewassen.
« Es 't në toch ne spètig », zei de eene Hasselaar tegen den anderen, « datta grás doa zou te neejt gie? » (Is 't nu toch niet spijtig dat dit gras daar zoo te niet gaat)

  • « Perdji ! ve zille ter en köë ánzette. (Perdji ! we zullen er een koe aanzetten).
  • « Wè! wè zilt je da douwn?» (Wel, hoe zult ge dat doen?)
    En de koe werd bijgehaald, want het was toch jammer van
    't gras, en men deed ze een strop om den hals en trok ze met koorden omhoog.
    En toen ze ietwat van den grond was, stak ze heur blad
    uit, gelijk iedere gehangene doet.
    « Keeik në ins! » riepen de Hasselaars, « keeik! ze lekbárdsj al ! » (Kijk nu eens! kijk! ze lekkebaardt al !)
    ('t Daghet, lIl, 71; Venemans, 8.)"

zie ook ossenkop, vinstermik, dikke nek, Belgische bijnamen van inwoners

Voorbeelden

In het verleden werden de Hasselaren ook wel eens likkebaarden genoemd.

Toegevoegd door fansy - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 26 Jun 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025