Definitie

Status:Onbekend

  1. hokje, cel (autobuskotje: bushok; telefoonkot: telefooncel)
  2. huis
  3. achtergebouw

Bushokje

zie ook verzamellemma koterij

Voorbeelden
  1. We kunnen schuilen bij regen in het autobuskotje.

  2. Ik baal ervan als ik hoor dat het tijd is huiswaarts te keren, men spreekt van: we gaan naar ons kot!

Zelfs in tijden van corona kan je aan cultuur doen, vanuit je eigen kot (demorgen.be)

  1. De buren beginnen met de afbraak van hun koterijen (achtergebouwtjes).

andere betekenissen van kot

Toegevoegd door hamamelis - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 06 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 09 Feb 2026