smout

de ~, (v./m.), het ~, geen mv.
Definitie
  • reuzel, dierlijk vet, verkregen door het spek te smelten (Van Dale 2016 online: BE; niet algemeen)
  • plantaardige olie geslagen uit raap- of koolzaad

vnw:
•reuzel, varkensvet
•plantaardige olie

< uitspraakvarianten: smaat (Hageland, Vlaams Brabant), smoet (West-Vlaanderen), smuit (Herenthout)
< ook het geslacht is wisselend naargelang de streek

zie smouten
vgl smoutebol, smoutmolen, smoutzochte, smoutsel, smoutpoten

Voorbeelden

Smout is een streekproduct en maakt deel uit van ons culinair erfgoed.

Smout was de boter van de arme man.

Smout werd ook wel gebruikt bij mensen die griep hadden of flink verkouden waren. Door de torso in te smeren met smout werd het lichaam geïsoleerd en werkte het als een soort van dikke huid om het extra warm te krijgen en de koorts, griep of verkoudheid uit het lichaam te zweten. (Wikipedia)

“De SLAGMOLEN” te Lille is – bij de volledige beëindiging van de renovatie, die aanving in 1986 – een uniek monument voor ons land. Deze oliemolen, een molen om uit vooral koolzaad (in de volksmond “sloorzaad”) op volkomen natuurlijke wijze koolzaadolie (“smout”) te winnen, is enig in zijn soort en kan bogen op meer dan respectabele geschiedenis. "
(http://www.gidsenantwerpsekempen.be/)

Blijve tot 't smaat begint te reike' (blijven tot de smout begint te rieken) is een uitdrukking en betekent: blijven logeren tot vrijdag, d.i. de magere dag: op vrijdag werd geen vlees gegeten, wel met smout bereide groenten of vis en dan werd het hoog tijd om huiswaarts te keren.

Toegevoegd door Marcus - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 22 Mar 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025