Definitie

Status:Onbekend

  1. maken, bouwen, in elkaar zetten
  2. organiseren, voorbereiden

znwb:

  1. M. betr. t. stoff. zaken die uit versch. onderdelen bestaan: in elkaar zetten.
  2. M. betr. t. onstoff. zaken, m.n. een plan, een manifestatie enz.: samenstellen, in elkaar zetten, opzetten; soms bep.: uitdokteren, voorbereiden, organiseren.

zie ook ineen~

Voorbeelden
  1. Dat kastje van den Ikea hebben we op een kwartierke ineengestoken.

  2. Zeer blij dat ik deel kon uitmaken van dit schitterend ineengestoken benefiet! #supersam #benefiet. (instagram)

Toegevoegd door aliekens - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 25 Aug 2024 Laatst bijgewerkt op 09 Feb 2026