varen

~, voer, gevaren sterk werkw.
Definitie

Status:Onbekend

waaien

de algemene betekenis van "varen" is "zich verplaatsen:
"Onl. faran ‘gaan, zich begeven’ in An allero erthon fuor luit iro ‘hun geluid ging over de hele aarde’ 10e eeuw; W.Ps., laaz ouch thinen niith faran ‘laat ook je vijandschap varen’, Wara is thin wino gefaran ‘waar is je vriend heengegaan?’ beide ca. 1100; Will.; mnl. varen ‘gaan, zich begeven’ (1240; Bern.), ‘gaan, reizen, gebeuren, enz.’ in Hoe hebbedi geuaren sent ‘hoe is het sindsdien met je gegaan’ 1265-70; VMNW, varen vp die see ‘op zee varen’ 1270-90; VMNW, varen met enen waghene ‘rijden met een wagen’ 1286; VMNW, alsi ouer die ze uaren ‘als ze (t.w. kraanvogels) over de zee vliegen’ 1287; VMNW." (M. Philippa e.a. (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands)

het gaat hier dus waarschijnlijk om een literair woord dat zoveel betekent als "zich bewegen"

Voorbeelden

"Doch hoger dan de dakvorsten scheen een lichte wind spelenderwijze toch te varen. Want zachtjes wuifde 't week-groene loof van de weidse kastanjelaar der werf, ..."
F.V. TOUSSAINT VAN BOELAERE: LANDELIJK MINNESPEL * PETRUSKEN'S EINDE. Bladzijde 16. NIJGH & VAN DITMAR, ROTTERDAM & 's GRAVENHAGE, 1951.

andere betekenis van varen

Toegevoegd door Machiel van Veen - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025