huisdokter

de ~, (m.), ~s
Definitie

Status:Onbekend

  • dokter in de algemene geneeskunde
  • dokter die zieke patiënten in een gezin behandeld
  • huisarts

zie ook doktoor, dokteur, meneer doktoor, dokter van wacht

Voorbeelden

De huisdokter is aan huis geweest omdat ze te ziek is om haar eigen te verplaatsen.

De huisdokter heeft bloed getrokken bij hem.

Deze medicijnen zijn enkel te verkrijgen op voorschrift van de huisdokter.

Toegevoegd door fansy - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 10 Feb 2026