zicht

Zelfstandig naamwoord o., ~en
Definitie

Status:Standaard Belgisch-Nederlands

aanzicht, uitzicht

Voorbeelden

De plek beschikt over twee slaapkamers, een bubbelbad en een terras met zicht op de bergen van Santa Ynez. (vrt.be)

Vanuit de persruimte, gevestigd in een van de bollen van het Atomium, heb je een mooi zicht op hoe de mensen beginnen binnen te druppelen (demorgen.be)

Gerelateerde Woorden
Bronnen & Referenties
Typisch Vlaams (Ludo Permentier en Rik Schutz)

Belgisch-Nederlandse Standaardtaal

Vlaams-Nederlands woordenboek (Peter Bakema)

uitzicht, landschap : zicht op zee: uitzicht op zee

Van Dale

2015 online: BE, niet algemeen

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 17 Oct 2025 Laatst bijgewerkt op 14 Jan 2026