bitske

het ~, geen mv. zelfst. nw.
Definitie

(een) beetje

zie ook bekke, bitteken

Voorbeelden

Ich hem de chauffage een bitske huuger gezatte.
(Ik heb de verwarming een beetje hoger gezet.)

Toegevoegd door Marcus - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025