Definitie

verhard stuk rondom het huis
zie ook plankier

Woordenboek der Nederlandsche Taal: plansier
Eertijds ook plantsier. Ontleend uit Oudfrans planchier of plancier, en dus een bijvorm van plankier; zie verder bij PLANKIER. Evenzoo Engels plancier.
( ...)
3. Gewestelijk (b.v. in het Land van Waas). De planken vloer bij de hoogste trede van de trap, waarover men in een standaardmolen komt (Joos (1900-1904)).
4. Soms ook, gelijk plankier, voor: de smalle zoom met steenen belegd, langs een huis. In het Land van Waas (Joos (1900-1904)).

Voorbeelden

En alle weken schuurt die heur plansier, hé. Is da ni een beetje overdreven ?

Toegevoegd door renel - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 26 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025