Definitie

regio Boom
grabbelen

WNT: groebelen
Op goed geluk rondtasten, grabbelen, graaien, wroeten, woelen. Verg. GROBBELEN.
— "Groebelende in die notulen, ze stuksgewijze en abrupt citeerende, de zaken uit haar verband rukkende enz.", Vaderlandsche Letteroefeningen 1872

< grob zoveel men met de hand kan pakken (brab., limb.). ~ Middelnederlands grobben ‘geld bijeenschrapen’ (= eng. grub) ~ hgd. grübeln ‘piekeren’ ~ graven. Nl. grobbelen en grabbelen zijn door contaminatie met krabbelen ontstaan. (A.A. Weijnen)
zie grop en grobbeke

Voorbeelden

Wa zitte da na in die schuif te groebele, tlij in de kas!

Toegevoegd door geblokkeerde_account - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 24 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025